Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

Uit de schoot der goden

(GA 132)

 

3e druk • isbn 9789060385241

128 pagina's

Hardcover

 

Prijs: € 24,50 (gratis verzending binnen Nederland)

 

Direct bestellen? Mail naar:

bestelling@steinervertalingen.nl

 

Aan het begin van onze kosmische evolutie staat geen Big Bang, maar een door goddelijke wezens uit liefde gebracht offer. Alle materie, alle daarin en daarmee levende schepselen danken hun bestaan aan dit offer. De materie maakt een verdichting door van warmte tot vaste stof, de schepselen die daarbij betrokken zijn, de mensen, raken daardoor gaandeweg los van hun Schepper. Ze worden vrij, dat wil zeggen, ze kunnen zich tegenover hun Schepper opstellen, ze kunnen in Hem geloven, ze kunnen Hem ontkennen, ze kunnen zichzelf als het middelpunt van de schepping gaan beleven. De wereld waarvan ze deel uitmaken is weliswaar een afspiegeling van de goddelijke wereld waaruit zij zijn ontstaan, maar is in zijn minerale toestand van de Schepper afgesnoerd. Alles op aarde vervalt aan de dood, de enige werkelijkheid op aarde. Dan daalt echter Christus, het hoge zonnewezen, af, maakt door zijn opstanding uit de dood de afsnoering ongedaan en geeft de mens de mogelijkheid de verbinding met zijn goddelijke oorsprong te herstellen.

Met een nawoord van Hans Peter van Manen.

 

 

Recensie Biblion

Een bijzondere bundel voordrachten met bovenzintuiglijke beschrijvingen van de ontstaansgeschiedenis van aarde en mensheid. In zijn 'Wetenschap van de geheimen van de ziel' beschreef Steiner in boekvorm al hoe onze aarde zich via grotere en kleinere kosmogenetische fasen heeft ontwikkeld vanuit geestelijke zijnstoestanden tot de huidige fysieke realiteit. Voor hem was dit een van de hoofdthema's van de antroposofie: de subtiliteiten van het tegenwoordige bestaan zijn pas werkelijk te doorgronden als je het kosmologische verleden erbij weet te betrekken. In dit boek gaat Steiner verder. Hij spant zich tot het uiterste in om de beelden en inzichten vanuit zijn geestelijk schouwen met buitengewoon veel gevoel en kleur voor ons in woorden te schilderen. Hoge geestelijke wezens en hun scheppende daden gaan voor ons leven. Het aandachtig opnemen ervan brengt bij de met de antroposofie vertrouwde lezer al gauw een meditatieve stemming teweeg. Wie de context kent, vindt alle aanleiding tot persoonlijke verwerking van het gebodene. Het is een van Steiners moeilijkere voordrachtenseries, in een goede eigentijdse vertaling. In een nawoord plaatst Hans Peter van Manen de voordrachten in de context van Steiners tijd; hij doet dit zo zorgvuldig dat het voor de lezer tot leven kan komen.

Drs. M. Ploeger