De voordrachten in dit derde deel van de reeks Karmaonderzoek hebben een uitgesproken intiem karakter. Zij gaan grotendeels over het karma van een concrete groep mensen, namelijk de leden van de Algemene Antroposofische Vereniging, zoals die in 1924 bestond.
Na vanaf februari 1924 tal van voordrachten te hebben gehouden over algemene karmische wetmatigheden en over de lotgevallen van min of meer bekende personen uit de geschiedenis – zie daarvoor Karmaonderzoek 1 en 2 – meende Rudolf Steiner dat het moment was aangebroken om te spreken over de karmische achtergronden van de groep mensen waar hij zelf ook deel van uitmaakte.
Dit deel 3 gaat over de verschillende niveaus waarop het karma speelt: het persoonlijk karma, het karma van de groep waar wij bij horen en het karma van de samenleving en de tijd waarin we leven.
In zijn nawoord beschrijft Hans Peter van Manen de grote lijn van de inhoud van de voordrachten. Ook gaat hij in op wat bedoeld kan zijn met de samenwerking aan het eind van de twintigste eeuwtussen de ‘platonici’ en de ‘aristotelici’, over wie Steiner in deze voordrachten spreekt.
Publicatiegegevens
Beschrijving
De voordrachten in dit derde deel van de reeks Karmaonderzoek hebben een uitgesproken intiem karakter. Zij gaan grotendeels over het karma van een concrete groep mensen, namelijk de leden van de Algemene Antroposofische Vereniging, zoals die in 1924 bestond.
Na vanaf februari 1924 tal van voordrachten te hebben gehouden over algemene karmische wetmatigheden en over de lotgevallen van min of meer bekende personen uit de geschiedenis – zie daarvoor Karmaonderzoek 1 en 2 – meende Rudolf Steiner dat het moment was aangebroken om te spreken over de karmische achtergronden van de groep mensen waar hij zelf ook deel van uitmaakte.
Dit deel 3 gaat over de verschillende niveaus waarop het karma speelt: het persoonlijk karma, het karma van de groep waar wij bij horen en het karma van de samenleving en de tijd waarin we leven.
In zijn nawoord beschrijft Hans Peter van Manen de grote lijn van de inhoud van de voordrachten. Ook gaat hij in op wat bedoeld kan zijn met de samenwerking aan het eind van de twintigste eeuwtussen de ‘platonici’ en de ‘aristotelici’, over wie Steiner in deze voordrachten spreekt.
Extra informatie
| Gesamtausgabe | |
|---|---|
| Druk | 1 |
| ISBN | 9789060385289 |
| Uitvoering | |
| Pagina's | 260 |
| Voor-/nawoord | |
| Jaartal | |
| Vertaling | |
| Vormgeving |
Fragmenten en achtergrondartikelen
Op grond van zijn spirituele onderzoek was reïncarnatie voor Rudolf Steiner een realiteit. Een aanwijzing daarvoor is dat elk mens met zeer verschillende vaardigheden en gebreken ter wereld komt. Terwijl elke diersoort een in hoofdzaken gelijksoortig leven leidt, doorlopen mensen volstrekt individuele levenswegen. Ieder mens heeft een ‘biografie’, die niet uit nature and nurture, dus uit erfelijkheid, opvoeding en milieu, te verklaren is.
Lees verder