27,50

gratis verzending in Nederland

Deze uitgave over de kleuren begint met een kleine cursus van drie voordrachten die Steiner in de lente van 1921 hield voor een gehoor van kunstschilders. De cursus is systematisch van opzet en legt het fundament van een spirituele kleurenleer, die overigens volgens Steiner al in Goethes pionierswerk besloten lag. Hij beschouwt de kleuren in hun samenhang en beschrijft de objectieve zeggingskracht van de afzonderlijke kleuren.

Een nadere uitwerking hiervan heeft Steiner niet meer kunnen geven. Wel zijn door hem in de loop der jaren tal van voordrachten gehouden waarin de thema’s licht en duister, de oorsprong van de kleuren en de ontwikkeling van de schilderkunst meer of minder uitvoerig ter sprake komen. De belangrijkste van die voordrachten zijn in deze uitgave opgenomen, in chronologische volgorde. Zij schetsen de achtergrond van waaruit Steiner tot zijn kleurenleer kwam en de perspectieven die hij ermee verbond.

In het nawoord bij deze uitgave laat docent kunstgeschiedenis Dick Bruin zien langs welke lijnen Steiner zijn visie op de kleuren heeft ontwikkeld, welke aanzetten door Goethe zijn gegeven en hoe Steiner tot het intrigerende onderscheid van ‘beeldkleuren’ en ‘glanskleuren’ komt. Ook legt hij een verband tussen Steiners benadering en die van schilders uit de twintigste eeuw.

Steiner bouwde aldus de kleurenleer van Goethe uit, in praktische zowel als in esoterische richting. Over kleur als natuurverschijnsel, de regenboog, planten, metalen, edelstenen en over de toepassing van kleuren in de schilderkunst.

uw winkelmand

Extra informatie

Gesamtausgabe

Druk

2

ISBN

9789060385302

Uitvoering

Pagina's

254

Nawoord

Vormgeving

Jaartal

Vertaling

Rudolf Steiner was van mening dat de antropologische geesteswetenschap een nieuw impuls aan de schilderkunst kon geven. In dit boek legt hij een fundament voor een spirituele kleurenleer, die terug te voeren is op het werk van Goethe, verrijkt en vernieuwd door onder andere geestelijke waarnemingen. Uitgebreid beschrijft hij de objectieve zeggingskracht van elke kleur; de werkelijkheid tussen licht-duisternis; bewegingskunst; geest-stof. Daarnaast beschouwingen over de schilderkunst vanaf de Middeleeuwen. Net als veel van Steiners werk is dit boek een inspiratiebron en aanzet tot het ontwikkelen van nieuwe ideeën. Het wil niet vastleggen, maar een richting wijzen waarop verder gegaan kan worden. Dick Bruin, docent kunstgeschiedenis, geeft in een uitgebreid nawoord aan hoe Steiners visie zich heeft ontwikkeld en legt verband tussen Steiners benadering en die van de twintigste-eeuwse schilders. Net als alle delen van de serie ‘Werken en voordrachten’ is het goed vertaald en voorzien van aantekeningen en in kleur de bordschetsen die Steiner maakte bij de voordrachten. Voor iedereen die zijn kennis en ideeën over kleuren wil verrijken, een aanrader.
J. Tietema-van der Sommen

Fragmenten en achtergrondartikelen

Bij dit boek is geen aanvullende informatie beschikbaar.

Boeken rond hetzelfde thema