blank

Steiner vertalen

Wat als je iets niet ‘doorhebt’, als je niet begrijpt wat Steiner in hemelsnaam wil zeggen? Als ook geraadpleegde deskundigen het niet weten, dan rest niets anders dan recht-op-en-neer vertalen wat er staat – wat me een hoogst ontevreden gevoel bezorgt. Waarom? De woorden zijn toch keurig vertaald?
Frans van Bussel

Steun ons

Berichtenservice

Ik hoorde eens het verhaal van een dame die een Indiase weverij bezocht. In haar bewondering voor de radde bewegingen waarmee de wevers de ingewikkelde patronen tevoorschijn toverden, vroeg zij een van de wevers die bewegingen eens langzaam aan haar voor te doen. De man blokkeerde volledig en stak zijn handen vertwijfeld in de lucht…

Iets in de verte verwants overkomt mij bij de vraag van de Nieuwsbrief-redactie om een boekje open te doen over het vertaal-ambacht dat ik – naast het redactiewerk – nu al zo’n 35 jaar beoefen. Want vertalen, dat is iets weven waarvan het grondpatroon weliswaar gegeven is, maar wat nu in een ander, natuurlijk wel verwant patroon moet worden uitgevoerd. Elke Duitse zin moet terugkeren in een zinvolle Nederlandse schikking, liefst met behoud van zijn kleur. De snelheid van het oorspronkelijke weven is daarbij natuurlijk niet haalbaar. Maar een bepaalde flow moet er toch zijn. Elke nieuw geweven Nederlandse zin komt tot stand in een deels intuïtief zien en grijpen van het nieuwe patroon.

De kunst van het lezen

 Ik krijg vaak, als mensen horen wat voor werk ik doe, de opmerking: ‘Dan zul je intussen wel heel diep in de antroposofie zitten.’ Of, een graadje kritischer: ‘Dan moet je toch wel heel goed begrijpen wat die ingewijde bedoelt!’

Dat is een misverstand. Je moet als vertaler in de eerste plaats goed kunnen lezen. Het helpt natuurlijk enorm als je al goed bekend bent met antroposofie en de nodige originele Steiner-teksten hebt doorgewerkt. Die bodem is nodig. En je moet een gevorderde kennis hebben van de Duitse taal. Maar de basis is begrijpend en voelend lezen.

Een simpel voorbeeld. In Aus der Akasha-Chronik schetst Steiner in het hoofdstuk ‘Unsere atlantische Vorfahren’ het ontwikkelingsstadium van de Rmoahals. Ik las daarin lang geleden de zin: ‘Das Gedächtnis dieser Rasse war vorzüglich auf lebhafte Sinneseindrücke gerichtet.’ Het woord ‘vorzüglich’ kende ik in de betekenis van ‘voortreffelijk’. Maar daarmee kreeg dit zinnetje toch iets vreemds. Ik pakte het woordenboek erbij en vond als tweede betekenis: ‘vooral’ of ‘bij uitstek’. Juist, dat is het hier. (Zeg nu niet dat dit voor de hand ligt; er circuleert een Nederlandse vertaling van dit boek die hier ‘voortreffelijk’ geeft.)

Talloze twijfels en daaropvolgende ontdekkingen van dit slag vormen op den duur de kennis maar ook de ‘intuïtie’ van de vertaler. Bovenstaand leermoment was nog een ‘makkie’. Veel verraderlijker zijn woorden als indem, allerdings, überhaupt of eben, die per stuk minstens een handvol betekenissen hebben. Welke betekenis het in het individuele geval moet zijn ‘zie je pas als je het doorhebt’.

De binnenkant van het vertalen

En wat als je iets niet ‘doorhebt’, als je niet begrijpt wat Steiner hier in hemelsnaam wil zeggen? Vanzelfsprekend overkomt me dat. Als ook mijn collega’s of geraadpleegde deskundigen het niet weten, dan rest niets anders dan recht-op-en-neer vertalen wat er staat – wat me een hoogst ontevreden gevoel bezorgt. Waarom? De woorden zijn toch keurig vertaald?

Het interessante is: zo werkt dat niet. Ik behoor als vertaler twee heren te dienen, de auteur en de lezer, en als ik de eerste heer zelfs niet elementair begrijp, voelt dat alsof ik de tweede heer een lege schaal aanbied.

De taak van een vertaler is in wezen niet woorden van de ene in de andere taal ‘over te zetten’, maar begrip, gevoel en intentie van de ene mens aan de andere over te brengen. Pretentieus? Ik weet al te goed hoe pover me dat vaak lukt. Aan de andere kant gebeurt het dat ik lange passages kan verwerken als in een stroom, met telkens kleine momenten van inspiratie. Steiner vertalen is dus geen techniek – Google zal er nooit iets van terechtbrengen – maar heeft een vonk van kunstzinnigheid nodig. Zoals overigens geldt voor het vertalen van iedere niet-technische, niet-juridische tekst.

Daaruit volgt meteen: leg tien vertalers een alinea uit een voordracht van Rudolf Steiner voor, en je krijgt tien verschillende vertalingen. De vertaler geeft de tekst altijd, hoe bescheiden ook, zijn of haar persoonlijke kleur mee.

De buitenkant van het vertalen: van Duits naar Nederlands

Dit is een heikel onderwerp. ‘Heikel’ werd ooit als germanisme veroordeeld, maar heeft als zoveel andere oorspronkelijk on-Nederlandse woorden burgerrecht gekregen. Toch behoort het tot de beroepseer van de vertaler aan dat proces niet te willen bijdragen. Dat gebeurt al genoeg in antroposofische ledengroepen, waar de vele samenstellingen met ‘geest’ – geestwezen, geestkrachten, geestzelf –, de ‘antroposofische inhouden’, de ‘samenhangen’, het ‘beleven of leren aan’ en vooral het ‘zich uiteenzetten met’ een heel eigen dialect vormen. Natuurlijk is zo’n ontwikkeling niet onbegrijpelijk, maar we keren ons daarmee onnodig in onszelf.

Lees en beluister hoe de Nederlandse taalgeest zich in de loop van de tijd los van de Duitse heeft ontwikkeld. Wij ballen bijvoorbeeld de woorden minder samen. Wij spreken van geestelijke wezens en geestelijke krachten. ‘Geestkrachten’ kennen wij niet, wel ‘geestkracht’, maar dat betekent bij ons iets anders. Het woord ‘geestzelf’ is een kleine ramp. Hoor hoe het meestal wordt uitgesproken: geestzélf, geestzélfcultuur. Wie de klemtoon zo legt, begrijpt misschien wel het begrip, maar niet het woord. ‘Geestelijk zelf’, dat zou de natuurlijke Nederlandse woordvorming zijn.

Tot slot: geeft Rudolf Steiner aanwijzingen voor het vertalen van zijn werk?

Mij is maar één geval bekend waarin Steiner vragen in die richting rechtstreeks beantwoordt. Mevr. A. Wagner-Gunnarson legde hem enkele schriftelijke vragen voor betreffende de vertaling van de mysteriedrama’s in het Zweeds. Ik licht de vier belangrijkste vragen eruit, met Steiners antwoorden cursief.

  • ‘Is het belangrijk dat het aantal lettergrepen per regel hetzelfde is als in het origineel?’ Niet het aantal lettergrepen is belangrijk, alleen het ritme.
  • ‘Of kun je dat zonder problemen doen zoals het het makkelijkst uitkomt?’ Niet het gemak kan de doorslag geven, maar de aanpassing aan de inhoud.
  • ‘Heeft het een speciale betekenis dat het ritme af en toe verandert?’ Dat hoeft niet strikt te worden aangehouden.
  • ‘Is het aan te bevelen om woorden te kiezen die zo dicht mogelijk bij de Duitse liggen?’ ‘Das kann man wohl nicht, wenn man den wahren Sinn haben will.’

Ik vond dit laatste antwoord te belangrijk en te mooi om het alleen in vertaling aan te halen. Bovendien laat de vertaling zien hoe vrij je moet zijn om sfeer en strekking in hedendaags Nederlands weer te geven. Hier mijn worp: ‘Dat kunt u waarschijnlijk niet, als u de juiste betekenis wilt treffen.’

Frans van Bussel

blank