blank

Wat is de bron van deze Steinertekst over vaccinatie?

Een tekst, waarvan wordt aangegeven dat deze van Rudolf Steiner stamt, gaat rond op internet. Het is echter geen authentieke tekst van Steiner, maar samengesteld. De echte herkomst wordt hier onderzocht.
Redactie
Loading...

Steun ons

Berichtenservice

De volgende tekst, waarvan wordt aangegeven dat deze van Rudolf Steiner stamt, gaat rond op internet:

[1] ‘In de toekomst zullen we de ziel elimineren met medicijnen. Onder het voorwendsel van een “gezond standpunt” komt er een vaccin waarmee het menselijk lichaam zo snel mogelijk direct bij de geboorte wordt behandeld, zodat de mens het bewustzijn van het bestaan van ziel en geest niet kan ontwikkelen. [/1] [2] Aan materialistische doktoren zal de taak worden toevertrouwd om de ziel van de mensheid te verwijderen. [/2] [3] Net als vandaag worden mensen ingeënt tegen ziekte, dus in de toekomst zullen kinderen worden gevaccineerd met een stof die precies zo kan worden geproduceerd dat mensen dankzij deze vaccinatie immuun zullen zijn voor het ondergaan van de “waanzin” van het spirituele leven. [/3] [4] Hij zou buitengewoon slim zijn, maar hij zou geen geweten ontwikkelen, en dat is het ware doel van sommige materialistische kringen. [/4] [5] Met zo’n vaccin kun je het etherische lichaam gemakkelijk losmaken in het fysieke lichaam. Als het etherische lichaam eenmaal is losgemaakt, zou de relatie tussen het universum en het etherische lichaam buitengewoon instabiel worden en zou de mens een automaat worden, want het fysieke lichaam van de mens moet op deze aarde worden gepolijst door spirituele wil. [/5] [6] Het vaccin wordt dus een soort arymanische kracht; de mens kan een bepaald materialistisch gevoel niet langer kwijtraken. [/6] [7] Hij wordt materialistisch van constitutie en kan niet langer opstijgen tot het spirituele’ [/7]

 

Commentaar van de redactie van de Rudolf Steiner Vertalingen:

Dit is geen authentieke tekst van Steiner, maar een samenstelling van verschillende fragmenten van uitspraken, gelicht uit diverse voordrachten, zonder dit feit aan te geven en zonder dat erbij wordt vermeld wie dat heeft gedaan en waarom. Daarnaast is de vertaling ook zeer gebrekkig.

Hieronder volgen, correct vertaald, de betreffende zinsneden uit vier verschillende voordrachten in hun originele context. Voor de duidelijkheid zijn de passages die overeenkomen met de samengestelde tekst genummerd, om ze makkelijk onderling te kunnen vergelijken.

Belangrijk bij het lezen van de teksten is zich te realiseren dat ook hier slechts delen uit een voordracht worden weergegeven; om de bedoeling van wat Steiner wil zeggen te begrijpen, zou de hele voordracht erbij moeten worden genomen.

Overigens zijn dit niet alle voordrachten waarin Steiner over dit thema heeft gesproken.

 

Rudolf Steiner op 7 oktober 1917 (op het eind van de voordracht) in Dornach, in GA 177: Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt.

Zoals eens op het concilie van Constantinopel [in 869-870] de geest werd ‘afgeschaft’, dat wil zeggen, zoals toen tot kerkelijk dogma werd verheven dat de mens alleen uit lichaam en ziel bestaat en dat het ketterij is over een geest te spreken – zo zal men er in een andere vorm naar streven om de ziel af te schaffen, het zielsleven van de mens. En er zal een tijd komen, misschien niet eens in een heel verre toekomst, waarin op een soortgelijk congres als in 1912 heeft plaatsgevonden [dit was een congres in Londen over eugenetica], nog heel wat anders zal worden nagestreefd en nog heel andere tendensen zullen optreden, een tijd waarin men zal zeggen: het is eigenlijk al iets ziekelijks als een mens zelfs maar denkt over een geest en een ziel. Gezond zijn alleen mensen die uitsluitend over het lichaam spreken. Men zal het als een ziektesymptoom beschouwen wanneer een mens zich zo ontwikkelt dat hij op het idee kan komen dat er een geest of een ziel bestaat. En men zal – daar kunt u zeker van zijn – het geschikte geneesmiddel vinden dat men daartegen kan inzetten.

[1] Destijds, in 869, schafte men de geest af. De ziel zal men ‘afschaffen’ door een geneesmiddel. Men zal vanuit een ‘gezonde visie’ een vaccin ontwikkelen waardoor het organisme zodanig wordt beïnvloed – liefst al op jonge leeftijd, liefst meteen bij de geboorte – dat in dit menselijk lichaam niet de gedachte kan opkomen dat er een ziel en een geest bestaat. [/1] Zo scherp zullen twee wereldbeschouwingen tegenover elkaar komen te staan. De ene zal zich erin verdiepen hoe begrippen en voorstellingen zodanig kunnen worden ontwikkeld dat ze aan de echte werkelijkheid, de werkelijkheid van de ziel en de geest, recht doen. De anderen, de opvolgers van de huidige materialisten, zullen naar het vaccin zoeken dat het lichaam ‘gezond’ maakt, dat wil zeggen zo maakt dat dit lichaam door zijn constitutie niet meer over zulke onnozele dingen praat als een ziel en een geest, maar ‘gezond’ spreekt over de krachten die in machines en in chemie heersen, en die vanuit een kosmische gaswolk planeten en zonnen creëren. Dat zal men door lichamelijke maatregelen bewerkstelligen. [2] Men zal aan materialistische medici de taak toebedelen de zielen van de mensen uit te drijven. [/2]

 

Rudolf Steiner op 27 oktober 1917 (halverweg de voordracht) in Dornach, ook in GA 177: Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt.

Steiner komt op het thema terug in de context van de ‘Michaël-situatie’. In het laatste deel van de negentiende eeuw zou volgens Steiner de aartsengel Michaël een einde hebben gemaakt aan het vijfduizendjarige ‘duistere tijdperk’ – in de Indische filosofie bekend als het Kali Joega. Dit deed hij door de Geesten van de Duisternis uit de hemel te verdrijven en de mensheid daarmee een nieuwe toegang tot de spirituele wereld te bieden. De keerzijde van deze gebeurtenis is echter dat de Geesten van de Duisternis sindsdien op aarde leven, temidden van de mensen. Vervolgens zegt Steiner:

De spirituele inzichten zullen onder de mensen wortel schieten. Maar tegelijkertijd zijn de Geesten van de Duisternis nu onder ons, die zijn nu hier. […] En zij zullen hun uiterste best doen om wat zich nu op aarde verbreidt en waardoor de Geesten van het Licht hun rechtmatige werk kunnen doen – om dat in verwarring te brengen, in verkeerde richtingen te sturen. Ik heb al op zo’n verkeerde richting gewezen, een die wel heel cru is. Ik heb u erop gewezen dat de lichamen van de mensen zich nu weliswaar zo kunnen ontwikkelen, dat daarin een bepaalde spiritualiteit kan oplichten, maar dat anderzijds de materialistische denkrichting zich steeds meer zal uitbreiden op instigatie van de Geesten van de Duisternis, en dat deze denkrichting de spirituele ontwikkeling met materiële middelen zal bestrijden. Ik vertelde u dat de Geesten van de Duisternis hun gastheren, de mensen in wie ze hun onderkomen hebben, ertoe zullen inspireren om zelfs een vaccin te ontwikkelen waardoor uit de zielen van de mensen al vanaf hun vroegste jeugd langs lichamelijke weg de neiging tot spiritualiteit zal worden uitgebannen. [3] Zoals tegenwoordig de lichamen worden ingeënt tegen het een en ander, zo zal men in de toekomst kinderen vaccineren met een stof – die beslist ontwikkeld kan worden – waardoor de mensen ervan gevrijwaard zullen zijn die ‘dwaasheden’ van het spirituele leven in hun binnenste te ontwikkelen – dwaasheden uiteraard uit materialistisch oogpunt. [/3]

 

Rudolf Steiner op 3 juli 1921 (tegen het einde van de voordracht) in Dornach, in GA 205: Menschenwerden, Weltenseele und Weltengeist.

Bij de materialisten van de negentiende eeuw was de bewuste kennis van de ziel al zo ver verdwenen, dat men zei: de hersenen scheiden gedachten af zoals de lever gal afscheidt. En inderdaad bestaan er tegenwoordig […] tendensen om iets soortgelijks te verwezenlijken als wat in 869 op het concilie van Constantinopel gebeurde, namelijk te verklaren: de mens bestaat niet uit lichaam en ziel, hij bestaat uit een lichaam, en de ziel is louter iets wat zich vanuit het lichaam ontwikkelt. Het is dus onmogelijk een mens innerlijk, psychisch, op te voeden en te onderwijzen, en daarom moeten we een middel vinden, een materieel middel, waarmee we een mens op een bepaalde leeftijd inenten, dan zal hij door inenting zijn talenten ontwikkelen. Deze tendens bestaat werkelijk. […] Want zoiets is mogelijk; het is niet zo dat dit niet kan. […] [4] De mens zou daardoor buitengewoon intelligent worden, maar zonder daar bewust bij te zijn. Die intelligentie zou automatisch werken. [/4] […] We moeten zulke dingen drastisch duidelijk maken. Als we dat namelijk niet drastisch doen, merkt de huidige mensheid niet naar welke doelen ze toeleeft. [5] Door een dergelijk vaccin zou namelijk bereikt worden dat de verbinding van het etherlichaam [dat is het deel van de mens dat zijn levensprocessen aanstuurt] met het fysieke lichaam losser wordt. Zodra dat gebeurt, ontstaat er een bijzonder levendig samenspel tussen het universum en het etherlichaam, waardoor de mens een automaat zou worden [met andere woorden: waardoor het lichaam zijn eigen gang zou gaan]. Want het fysieke lichaam van de mens moet hier op aarde door de wil worden opgevoed. [/5]

 

Rudolf Steiner op 22 april 1924 in Dornach (aan het begin van een bespreking met praktiserende artsen), in GA 314: Physiologisch-Therapeutisches auf Grundlage der Geisteswissenschaft.

Ik ben er zelf nooit voor beducht geweest om me aan een mogelijke besmetting bloot te stellen, ik ben ook nooit aangestoken, heb nooit aan een infectieziekte geleden. Ik kon juist daardoor vaststellen dat alleen al het besef, het sterke besef van het rondwaren van een ziekte, vanuit het astrale lichaam [dat wil zeggen vanuit het emotionele deel van de mens] ziekte kan veroorzaken.

Wat is dan de zin van de pokkeninenting? [Pokken-epidemieën waren destijds veel voorkomend.] Daarbij speelt iets eigenaardigs. Ziet u, als een kind wordt ingeënt, en de ouder is antroposoof en voedt dit kind antroposofisch op, dan schaadt die inenting niet. Die schaadt alleen degenen die vooral met materialistische gedachten worden grootgebracht. [6] Dan wordt het inenten tot een soort ahrimanische kracht; dan kan de mens in kwestie zich niet meer losmaken van een soort materialistisch voelen. [/6] En dat is toch eigenlijk het bedenkelijke aan de pokkeninenting, dat de mensen welhaast met een fantoom [als een onzichtbaar corset] doortrokken worden. De mens heeft dan een fantoom dat hem verhindert de krachten van zijn ziel zo onafhankelijk te maken van het fysieke organisme als bij het normale bewustzijn het geval is. [7] Hij wordt constitutioneel materialistisch, hij kan zich niet verheffen tot iets geestelijks. [/7]

Dat is het bedenkelijke aan deze inenting. Natuurlijk wordt hierbij altijd de statistiek in stelling gebracht. Het is de vraag of juist bij deze dingen zoveel waarde aan de statistiek moet worden gehecht. Bij de pokkeninenting speelt heel sterk iets psychisch mee. Het is beslist niet uitgesloten dat hierbij het geloof dat de inenting helpt een onberekenbare grote rol speelt. Maar dit geloof kan door iets anders worden vervangen. Als mensen namelijk meer naar hun ware aard zouden worden opgevoed, zouden ze ook open zijn voor iets anders dan zo’n inenting. Als mensen bijvoorbeeld weer nader tot de geest zouden worden gebracht, dan is het beslist mogelijk dat – in tegenstelling tot de zich onbewust opdringende boodschap: hier heerst een pokkenepidemie! – juist het volle besef dat hier iets geestelijks in het spel is, zij het iets onrechtmatig geestelijks, waartegenover ik me overeind moet houden, even goed zou werken. Hoe dan ook zouden mensen sterk moeten worden gemaakt tegenover zulke invloeden.

Hieraan aansluitend vraagt een arts: Als de omstandigheden zo zijn als in onze streken, waar een bewustmaking via de opvoeding en dergelijke heel moeilijk is, wat moeten we dan doen?

Rudolf Steiner: Dan moet u dus inenten. Een andere mogelijkheid is er niet. Want ons fanatiek teweerstellen tegen deze dingen is iets wat ik, niet op medische maar op algemene antroposofische gronden, absoluut niet zou aanbevelen. Een fanatieke stellingname tegenover deze dingen is niet wat wij nastreven, wij willen op grond van inzicht de dingen in het groot veranderen.

Ik heb dat altijd tegenover de artsen met wie ik bevriend was, staande gehouden, bijvoorbeeld tegenover dokter Asch, die per se niet wilde inenten. Ik heb dat altijd bestreden. Want als hij niet inent, doet gewoon een ander het. Het is volkomen zinloos op zo’n detailgebied fanatiek te werk te gaan.

 

Photo by Gallery DS on Unsplash

blank